Kennel v. Bruininxdeel

 = = = = = Het ras = = = = =

 

Veel mensen kennen de Jack Russell Terriër maar hebben nog nooit gehoord van de Parson Russell Terriër. Eigenlijk is dat vreemd, want de Parson Russell Terriër is al jaren een erkend ras, terwijl de Jack Russell Terriër dat nog niet zo lang is. Het grootste verschil tussen de beide rassen zijn de lichaamsverhoudingen. Een Jack Russell wordt wel de 'kortbeen' genoemd en de Parson Russell wordt de 'hoogbenige' of 'normaalbenige' genoemd. Van oudsher werden beide rassen gebruikt voor de jacht op de vos. De Jack Russells gingen dan mee op het paard en de Parson Russells renden mee met de paarden. De kortbenen kunnen nou eenmaal veel minder snelheid ontwikkelen dan de hoogbenen. Verder is de normale schofthoogte van een Parson Russell Terriër 36 centimeter voor een reu en 33 centimeter voor een teef. De Jack Russell Terriër behoort kleiner te blijven. Gelukkig past een Parson Russell Terriër altijd nog met gemak in een fietsmand of in een rugzak. Het blijft dus een hele handzame hond met een stoer karakter. Voor de duidelijkheid zijn er twee foto's bijgevoegd: links de Parson Russell Terriër en rechts de Jack Russell Terriër.

        

Wij vinden de Parson Russell Terriër een actieve hond. Ze zijn brutaal en leuk eigenwijs. Ze zijn sociaal en kunnen goed overweg met kinderen. Je moet blijven opletten want ze proberen altijd om via een omweg toch hun zin te krijgen. Je moet ze echt opvoeden en dat consequent vol blijven houden, anders kun je wel eens te maken krijgen met een a-sociale hond.

in huis zijn ze niet zo druk......

Groot voordeel van deze honden is dat ze zo'n makkelijk formaat hebben. Ze passen in de rugzak en de fietsmand,  maar ze kunnen ook grote afstanden lopen. Een veel gehoorde uitspraak over de Parson Russell Terriër is:

Een grote hond in kleine verpakking.

Hieronder volgt een gedeelte van de door de FCI opgestelde rasbeschrijving van de Parson Russell Terriër. Deze rasbeschrijving is iets veranderd op 1 juli 2001. Tevens is toen de naam van het ras gewijzigd van Parson Jack Russell Terriër in Parson Russell Terriër.

Land van oorsprong: Groot Brittannië.

Algemeen voorkomen: Een echte werkhond, actief en behendig, gebouwd op snelheid en uithoudingsvermogen. Moet de indruk wekken in balans en flexibel te zijn. Jachtlittekens toegestaan.

Belangrijke lichaamsverhoudingen: Goed in balans. De totale lengte van het lichaam iets langer dan de hoogte van de schoft tot de grond. Lengte van de neus tot de stop iets korter dan van de stop tot de achterhoofdknobbel.

Gedrag / temperament: In wezen een werkende terriër met het vermogen en de bouw om onder de grond te werken en met de hounds mee te rennen. Moedig / onverschrokken en vriendelijk.

Hoofd en schedel: Schedel: Vlak, gematigd breed, geleidelijk smaller wordend naar de ogen. Stop: Ondiep.

Aangezicht: Neus: Zwart. Kaken en tanden: Kaken sterk en gespierd. Tanden met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, d.w.z. dat de boventanden juist over de ondertanden heen sluiten en de tanden moeten recht in de kaak staan. Ogen: Amandelvormig, tamelijk diep liggend, donker en met een levendige expressie. Oren: Klein, V-vormig, voorover vallend, dicht tegen het hoofd gedragen, de punt van het oor moet de ooghoek kunnen raken, de vouw mag niet boven de schedellijn uitkomen. Oordikte middelmatig.

Nek: Droog, gespierd, van goede lengte en geleidelijk breder wordend naar de schouders.

Lichaam: Goed in balans. Gehele lengte iets langer dan hoog van schoft tot grond. Rug: Sterk en recht. Lendenen: Licht gewelfd. Borst: Matig diep, mag niet onder de punt van de elleboog uitkomen, moet achter de schouders omspannen kunnen worden door handen van gemiddelde grootte. Ribbenwelving niet te sterk.

Staart: Sterk, recht, middelmatig hoog aangezet, hoog gedragen tijdens het gaan. Voor 1 september 2001 nog gecoupeerd op een lengte welke past bij het lichaam en daarbij een goed handvat biedend.

Ledematen: Voorhand: sterk, recht, waarbij de gewrichten noch naar binnen, noch naar buiten draaien. Schouders: lang en schuin, goed naar achteren liggend, schoft duidelijk belijnd. Ellebogen: dicht tegen het lichaam, vrij langs het lichaam bewegend. Achterhand: sterk, gespierd en met goede hoeking. Knie: goede kniehoeking. Hakken: laag, parallel, voldoende stuwing gevend. Voeten: Compact met stevige voetzolen, die noch naar binnen, noch naar buiten draaien.

Gangwerk / beweging: Vrij uitgrijpend, goed gecoördineerd, parallelle beweging van zowel voor als achter gezien.

Vacht: van nature stug, gesloten en dicht ingeplant, ruw of glad. Buik en onderzijde zijn behaard. De huid moet dik en soepel/ los zijn.

Kleur: geheel wit of overheersend wit met tan, lemon of zwarte aftekeningen, of een combinatie van deze kleuren, bij voorkeur beperkt tot het hoofd en/of de staartaanzet.

Grootte: Ideale schofthoogte reuen: 36 centimeter (14 inch), teven: 33 centimeter (13 inch). Een afwijking van 2 centimeter naar boven of naar beneden is acceptabel.

Fouten: Iedere afwijking van de hiervoor genoemde punten moet als fout worden beschouwd, waarvan de beoordeling in juiste verhouding tot de mate van afwijking dient te staan.

NB: Reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

  -TERUG-